De Prinses en de toren .
Er was eens hier ver vandaan een koninkrijk,
En de mensen daar waren heel erg rijk.
Ze hadden een traditie elk jaar,
dat gold voor elk prinsesje daar.
Ze werden opgesloten in een toren,
Waar ze hun niet konden horen.
Ze konden wel gillen alle uren,
Want er waren alleen maar muren.
Ze konden wel naar hun vrijheid fluiten,
Want ze mochten niet naar buiten.
Want voor de toren stond een draak.
Ja, die stond er heel erg vaak.
Tot een prins hun had bezocht.
En eindelijk de toren uit mocht.
Ooit wilden een prinsesje niet,
Dat was de dochter van koning Piet.
Toen had ze een plan bedacht
wat ze toen tot uitvoering bracht.
Ze gaf de draak een waardebon,
Waar hij mee naar de HEMA kon.
Hij kocht eerst al het snoep meteen,
En toen begon hij te zuigen aan een lollyspeen.
Elke tand brak een voor een af.
Waar hij bij elke tand een gil gaf.
Toen ging hij naar de orthodontist,
Die het allemaal veel beter wist.
Ze zei:” Er is niks meer aan te doen.”
En gaf hem toen een dikke zoen.
Het bleek toen de prinses te zijn,
En door haar kreeg hij heel veel pijn.
Wand ze gaf hem elke dag een pil.
Die nam hij in tegen zijn wil.
Hij had super, erge pech,
Want zijn tanden rotte verder weg.
Toen gaf hij het eindelijk op
En kreeg een geweldig plan in zijn kop.
Hij ging toen met het vliegtuig mee
En landde op een eiland in de zee.
Hij woonde vanaf die dag daar,
En trouwde met een draak bedolven door haar.
Maar de prinses had weer een plan bedacht,
En daardoor kreeg ze heel veel macht.
Elke draak die bij haar kwam,
Gaf ze een mep met een koekenpan.
Maar ze moest toch de toren in,
En gaf een gil bij elke spin.
Maar toen kwam er een prins voorbij,
En zei:” Prinses trouw met mij.
Ze leefde gelukkig en heel erg lang.
Maar elke draak was voor haar bang.